Zolang de mens geneigd is in een bestendig zelf te geloven, zullen we logischerwijs alles willen uitroeien wat bedreigend kan zijn voor het denkbeeld van een zelf, en zullen we hunkeren naar dingen die ons denkbeeld van een zelf kunnen bevestigen. Dat brengt ons bij de twee primaire neigingen die voortkomen uit het vastklampen aan een zelf: afkeer en buitensporig verlangen. Want ook afkeer is een vorm van vastklampen. Dat kan zich bijvoorbeeld uiten in de vorm van vasthouden aan de gedachte dat je kwaad op iemand bent, vasthouden aan de gedachte dat je bepaalde dingen niet kunt vergeven of niet kunt accepteren, vasthouden aan gevoelens van vijandigheid en haat tegenover andere mensen. Naar iets verlangen kan op zich positief of negatief zijn, maar je aan iets vastklampen uit hebzucht of begeerte kan nooit positief zijn. Het vastklampen aan iets of iemand is vanuit de boeddhistisch zienswijze altijd ongezond. Maar om als menselijk wezen te kunnen functioneren, hebben we het verlangen wel nodig. Zelfs vanuit het spirituele gezichtspunt is dat zo. Als we niet het verlangen hebben om te gaan zitten mediteren, zullen we dat ook niet doen. Als we niet het verlangen hebben de staat van verlichting te bereiken of een boeddha te worden, komen we er niet. Als we geen verlangens hebben, zullen we niets bereiken. Vanuit boeddhistisch perspectief is er echt niets mis met het verlangen om een gezin te hebben en goed voor je kinderen te zorgen, het verlangen naar een goede relatie met je levenspartner, familie en vrienden, of het verlangen naar een goede baan, die je ook graag wilt houden. Er ontstaat pas een probleem als het overdreven verlangens worden. Want als verlangens omslaan in altijd willen hebben en vasthouden, en zich gaan uiten in de vorm van onmatige begeerte, dan worden ze problematisch.
Daarom is mediteren zo belangrijk. Door meditatie worden we ons bewuster van alles wat zich afspeelt. Als we ons bewust worden van onze neigingen, zal het merendeel ervan op den duur vanzelf afzwakken, ook al doen we geen opzettelijke pogingen daartoe. Als we heel erg ons best doen om bepaalde gewoontes op te geven, dan worden ze juist versterkt. Alertheid is belangrijker dan daadwerkelijke inspanningen. Als we heel erg aardig proberen te zijn, komt het er uiteindelijk vaak op neer dat we helemaal niet aardig zijn! Aardig zijn leer je door te signaleren dat je op bepaalde momenten niet aardig bent, en niet door vreselijk je best te doen om aardig te zijn.


