maandag 18 december 2023

Afkeer en buitensporig verlangen


Zolang de mens geneigd is in een bestendig zelf te geloven, zullen we logischerwijs alles willen uitroeien wat bedreigend kan zijn voor het denkbeeld van een zelf, en zullen we hunkeren naar dingen die ons denkbeeld van een zelf kunnen bevestigen. Dat brengt ons bij de twee primaire neigingen die voortkomen uit het vastklampen aan een zelf: afkeer en buitensporig verlangen. Want ook afkeer is een vorm van vastklampen. Dat kan zich bijvoorbeeld uiten in de vorm van vasthouden aan de gedachte dat je kwaad op iemand bent, vasthouden aan de gedachte dat je bepaalde dingen niet kunt vergeven of niet kunt accepteren, vasthouden aan gevoelens van vijandigheid en haat tegenover andere mensen. Naar iets verlangen kan op zich positief of negatief zijn, maar je aan iets vastklampen uit hebzucht of begeerte kan nooit positief zijn. Het vastklampen aan iets of iemand is vanuit de boeddhistisch zienswijze altijd ongezond. Maar om als menselijk wezen te kunnen functioneren, hebben we het verlangen wel nodig. Zelfs vanuit het spirituele gezichtspunt is dat zo. Als we niet het verlangen hebben om te gaan zitten mediteren, zullen we dat ook niet doen. Als we niet het verlangen hebben de staat van verlichting te bereiken of een boeddha te worden, komen we er niet. Als we geen verlangens hebben, zullen we niets bereiken. Vanuit boeddhistisch perspectief is er echt niets mis met het verlangen om een gezin te hebben en goed voor je kinderen te zorgen, het verlangen naar een goede relatie met je levenspartner, familie en vrienden, of het verlangen naar een goede baan, die je ook graag wilt houden. Er ontstaat pas een probleem als het overdreven verlangens worden. Want als verlangens omslaan in altijd willen hebben en vasthouden, en zich gaan uiten in de vorm van onmatige begeerte, dan worden ze problematisch. 

Daarom is mediteren zo belangrijk. Door meditatie worden we ons bewuster van alles wat zich afspeelt. Als we ons bewust worden van onze neigingen, zal het merendeel ervan op den duur vanzelf afzwakken, ook al doen we geen opzettelijke pogingen daartoe. Als we heel erg ons best doen om bepaalde gewoontes op te geven, dan worden ze juist versterkt. Alertheid is belangrijker dan daadwerkelijke inspanningen. Als we heel erg aardig proberen te zijn, komt het er uiteindelijk vaak op neer dat we helemaal niet aardig zijn! Aardig zijn leer je door te signaleren dat je op bepaalde momenten niet aardig bent, en niet door vreselijk je best te doen om aardig te zijn.  

maandag 11 december 2023

Vergankelijkheid, leegte en niet-zelf

De volgende beschouwing van de eerste edele waarheid is meditatie op vergankelijkheid. Als we lijden, kijken we zelden naar de oorzaken en omstandigheden die het gevoel van lijden hebben voortgebracht. We zijn zo in beslag genomen door de gewaarwording op zich, dat we vergeten dat die gewaarwording ook deel uitmaakt van de oorzaken en omstandigheden. Maar het gevoel van lijden houdt ons zo intens bezig, dat er geen ruimte is voor inzicht. 

De derde meditatiebeoefening is meditatie op leegte. Als beoefenaar dien je te beseffen dat het ervaren van lijden op zich geen duurzame essentie of werkelijkheid heeft. Dat besef komt voort uit de meditatiebeoefening die ik hiervoor heb beschreven, door in te zien dat lijden voortkomt uit oorzaken en omstandigheden.  

De laatste meditatie die met de waarheid van het lijden is verbonden, is de meditatie op zelfloosheid. De beoefenaar moet inzien dat er geen duurzaam en onveranderlijk zelf is dat onaangename ervaringen krijgt te verduren. Het geloof dat er een soort zelf of ziel is die altijd en onveranderlijk blijft bestaan, is zo sterk dat het haast tot het instinct behoort. Zelfs onze taal brengt ons tot uitspraken als ‘mijn herinnering’, ‘mijn lichaam’, ‘mijn emoties’, ‘mijn gedachten’, ‘mijn opvattingen’ enzovoort; we beschouwen het zelf als iets dat van een hogere orde is dan al het andere. De boeddhistische leer zegt dat dit volkomen denkbeeldig is, een constructie van de denkende geest. 

Vanuit boeddhistisch oogpunt moet het zelf gezien worden als iets dat dynamisch en levend is, en niet statisch of onveranderlijk. Als het zelf volkomen onveranderlijk was, zou het niet aangetast kunnen worden door wat er zich in de geest afspeelt. Maar als het niet geraakt zou worden door onze gedachten, gevoelens, emoties en denkbeelden, wat voor nut heeft het zelf dan, ook al zou het bestaan? Wat ons leven juist zo interessant maakt, is het feit dat we in staat zijn de dingen emotioneel te ervaren en onze gedachten op een creatieve manier te gebruiken. Wanneer we onszelf als een vaststaande entiteit beschouwen en zeggen 'ik ben zo verschrikkelijk gekwetst', dan zouden we dat gevoel onmogelijk kunnen loslaten. Maar gaan we er vanzelf uit dat we ons voortdurend in een dynamisch proces bevinden, dan zal onze gefixeerdheid op het verleden heel veel minder worden. ln dat geval kunnen we ons leven werkelijk ter hand nemen. Dan zijn we in staat om onze ervaringen van het huidige moment te hanteren, en zelfs om ons te verzoenen met het verleden. Bovendien zullen we beter inzien hoe we in de toekomst te werk moeten gaan. Dat zelf in de vorm van een onafgebroken dynamisch proces is in het Boeddhisme een belangrijke gedachte. Zonder dat is er geen spirituele vooruitgang mogelijk, in welke zin dan ook. 




maandag 4 december 2023

De waarheid van het lijden

Met betrekking tot de eerste edele waarheid worden verschillende meditatiebeoefeningen gedaan. 

De eerste daarvan is de meditatie op lijden, dat wil zeggen het lijden als zodanig. In het onderricht worden drie vormen van lijden beschreven. De eerste ervan is 'fundamenteel lijden': het feit dat alles onderhevig is aan verandering en voortgekomen is uit oorzaken en omstandigheden, brengt logischerwijs lijden teweeg in ons leven. Vooral wanneer we de dingen als aantrekkelijk en aangenaam ervaren, willen we helemaal niet dat ze anders worden. Maar aangezien alles onderhevig is aan veranderingen, zullen we vroeg of laat moeten accepteren dat dingen die ons steeds vreugde en geluk schonken, dat ineens niet meer blijken te doen, en soms juist de oorzaak zijn van het feit dat we ons ongelukkig voelen. Een voorbeeld van dit fundamentele lijden is ouderdom. Of we nu wel of niet sporten, of de plastische chirurgie te hulp roepen in onze strijd tegen vetrollen, te kleine borsten en rimpels, het valt niet te ontkennen dat we ouder worden. Het is een gegeven dat we simpelweg moeten accepteren. Ik bedoel daarmee niet dat je in geen enkel opzicht mag proberen er jeugdiger uit te zien, maar wat dit soort dingen betreft moet je wel een beetje realistisch zijn.  

De tweede vorm van lijden is het 'lijden ten gevolge van verandering'. Hiertoe behoort onder andere onze verwachting dat we door een andere baan of echtgenoot ineens wel gelukkig zouden zijn. Maar omdat onze geest niet veranderd is, blijft het lijden voortbestaan.  

De derde soort is het 'lijden ten gevolge van lijden'. In zekere zin lijden we altijd al, en als er dan ook nog iets verkeerd gaat, lijden we des te meer. Al deze vormen van lijden leren we hanteren door enige spirituele beoefening te doen, omdat we ons dan niet meer zo laten overrompelen door nare ervaringen. Maar als we geen enkele training hebben gehad, dan zijn we overgeleverd aan verdriet, pijn en frustratie. Het boeddhistische onderricht over de vormen van lijden moet dus niet als pessimistisch of overdreven worden gezien. Er is geen sprake van overdrijving, want allemaal hebben we dagelijks met deze dingen te maken.