donderdag 30 april 2026

Shinee 8 en 9 - Eénputigheid en gelijkmatig verwijlen


 

8. Eénpuntigheid tot stand brengen

Dan hebben we het achtste stadium. Dat noemt éénpuntigheid tot stand brengen of de éénpuntige concentratie tot stand gebracht. Wat wil zeggen dat op dat moment is er helemaal, ook niet meer subtiel, geen loomheid meer en geen onrust. Je kan volledig geconcentreerd blijven op je object, eenmaal je erop gefixeerd bent geraakt. Daar kan je er moeiteloos bij blijven en moeiteloos je meditatie verder zetten.

De olifant is volledig wit

Dus de olifant is ook volledig wit. Er is geen zwart meer aan de olifant. Hij is helemaal wit geworden. Wat je ook opmerkt bij dat stadium is dat de beoefenaar niet langer een leiband vast heeft. De olifant is weer gewoon los; die wandelt vanzelf achter de beoefenaar aan. Hij heeft ook geen zweepje of haak meer want de twee remedies die je gebruikt tijdens de beoefening; herinnering en oplettendheid; zijn remedies die je gebruikt wanneer er onrust of loomheid optreedt om je terug te brengen naar je meditatie. Maar op dit moment is er geen onrust en geen loomheid meer. Als je beslist om te mediteren en te concentreren, dan volgt je geest; je bewustzijn volgt je gewoon in jouw intentie, in jouw doel. Er is dus geen nood meer aan die remedies, dus die objecten zijn dan ook verdwenen uit de handen van de beoefenaar.

Subtiele twijfel

Dan kan je je afvragen van ja, de olifant is nu helemaal wit, er is dus geen afleiding meer, er is geen loomheid meer, er zijn dus ook geen remedies meer nodig, waarom is er dan nog een achtste stadium versus een negende, want dat is er eigenlijk toch nog? Dat is het feit om op dat moment begint dat net te komen; je bent in dat stadium gekomen en dan blijft er toch nog een subtiele twijfel over van: zou onrust zich nog kunnen aandienen? Zou loomheid nog kunnen komen? Dus er is een zeer lichte twijfel bij jezelf als beoefenaar dat die zich nog zouden kunnen aandienen. We zeggen wel het is uitgesloten, het gaat niet meer gebeuren, het is overwonnen, het is gedaan maar je hebt nog die lichte twijfel van zou het toch niet kunnen? Gaat dat nu effectief zo blijven?

9. Het gelijkmatig verwijlen

Dan komen we aan het negende stadium; het gelijkmatig verwijlen of het gelijkmatig fixeren. En op dat moment is meditatie volledig moeiteloos geworden. De geest is helemaal vrij van obstakels en we kunnen onze geest inzetten voor wat wij zelf willen. Dus als je dan beslist: ik ga 4 uur mediteren, dan ga je zitten en dan ga je zonder enige moeite 4 uur non-stop mediteren. Zeg je ik ga 5 uur mediteren, dan ga je 5 uur mediteren; ik ga 7 uur mediteren, dan ga je 7 uur mediteren; er is geen enkel obstakel meer. Je kan perfect zoveel als je wilt blijvend mediteren, er is geen afleiding meer, geen onrust meer; gewoon volle concentratie.

Volledige controle

Dus het verschil tussen het begin- en het eindpunt is: in het begin heb je geen controle over je geest of je bent niet de baas; bij het 7 eindpunt of negende stadium zeggen ze in het Tibetaans Rang wang wat letterlijk wil zeggen: “ik in controle”, als we het proberen etymologisch te vertalen. Dat wil zeggen: in het begin heb je geen controle, maar op dit moment doet je bewustzijn, je geest, alles wat je wilt, je hebt de volledige controle bekomen op het einde van het pad.

Symboliek van de olifant

Dan zie je op de regenboog een olifant waar de beoefenaar in meditatiehouding bovenop zit. En dat symboliseert dat je de 9 stadia volledig tot een voleindiging hebt gebracht. Je hebt effectief die volledige controle over je bewustzijn, je gaat je meditatie kunnen gebruiken voor je verdere transformatie in de manier waarop jij dat op dat moment wil. Er wordt hier ook bewust voor gekozen, namelijk om de beoefenaar in meditatiehouding uit te beelden; hij zit daar in lotus-houding bovenop de olifant. Om nog eens extra te benadrukken: dit is volledig moeiteloos; als je dus beslist op dit moment: ik wil op die of die kwaliteit gaan mediteren en daarop gaan concentreren, dan gaat dat volledig moeiteloos. Dus hij zit niet als een ruiter op een paard, die in rijhouding zit, want als je in rijhouding zit, dan ga je effectief het paard aanmanen door je benen tegen de zijkant te bewegen en zo verder, om in een bepaalde richting te gaan. Dus het feit dat hij gewoon in die lotushouding zit, is om dat extra te symboliseren, namelijk dat het volledig moeiteloos is. Hij moet niet zeggen: nu gaan we naar daar; gewoon al het feit van ‘we gaan dat doen’ dan gebeurt het vanzelf, moeiteloos.

maandag 20 april 2026

Shinee 6 & 7 (diepgaand) tot rust brengen van de geest


6. Het tot rust brengen van de geest

Dan gaan we naar het zesde van de 9 stadia of 9 ervaringen, en dat noemt in het Tibetaans Shiwar jepa of in het Nederlands het tot rust brengen van de geest. En wat is er veranderd in het zesde stadium? Het konijntje is helemaal verdwenen. Dat wil zeggen, dat op dit moment loomheid geen onderdeel meer is van de meditatie. Je kan van nature helder blijven in je meditatie. Dat aspect van die heldere aanwezigheid is duidelijk aanwezig en er is geen sprake meer van loomheid, ook niet van de subtielste vorm van loomheid.

Dat aapje hangt er nog wel aan, en die is bijna volledig wit. Die heeft nog een klein beetje zwart aan zijn pootjes, wat wil zeggen dat er nog altijd een heel subtiele vorm van onrust zich kan aandienen in dit stadium.


7. Het diepgaand tot rust brengen

Dan gaan we naar het zevende stadium. In het Nederlands noemen we dat het diepgaand tot rust brengen; het wordt ook soms vertaald als het volkomen pacificeren. Dat wil zeggen, dat op dit moment van de beoefening we niet meer afgeleid kunnen worden. We ervaren ook niet meer dat we loom of moe worden. We kunnen gewoon verder in onze beoefening.

Er zijn wel nog subtiele zaken nodig: we hebben nog een beetje enthousiaste volharding nodig om verder te zetten. Maar op zich gaat het al heel goed in onze beoefening: geen loomheid meer, geen afleiding meer, alleen heel heel subtiel. Je ziet ook dat die tekening net iets anders is dan de andere. De olifant is hier aan het wandelen en het aapje zit van onder, aan de voeten van de beoefenaar, en dat wil zeggen dat er alleen nog maar een hele, hele subtiele vorm van onrust mogelijk is.

En dat wordt eigenlijk op die manier weergegeven, wat wil zeggen: het konijntje is helemaal weg en het aapje wandelt niet meer mee in de tred met de ander. Dus die is niet altijd aanwezig, maar die komt zo af en toe nog eens aan het kleed trekken van de monnik in de zin van: ik ben hier nog, ik ben nog niet helemaal weg. Daarvoor zit hij dan op die plek op de tekening, dus om aan te geven dat er alleen nog heel subtiel een beetje onrust is af en toe.

woensdag 1 april 2026

Shinee 4 & 5 - Het diepgaand plaatsen en temmen van de geest


 

4 & 5. Het diepgaand plaatsen en temmen van de geest

Overgang naar het vierde en vijfde stadium

Als we verder gaan, dan hebben we het vierde en het vijfde stadium. Het vierde noemt het diepgaand plaatsen en het vijfde noemt het temmen van de geest of het bedwingen van de geest. Dat zie je eigenlijk gebeuren in die volgende bocht : wat zie je daar veranderen? In het stadium ervoor, wandelt de beoefenaar nog achter de olifant en het aapje en ze kijken beiden duidelijk naar de beoefenaar. Met andere woorden : er is contact met de geest en de afleidingen. Ze werden al steeds witter maar bij de volgende stap worden ze nog witter.


De beoefenaar neemt de leiding

Wat is er intussen gebeurd? De beoefenaar staat plots niet meer achter de olifant en het aapje, maar ervoor. Dus de olifant en het aapje gaan de beoefenaar nu gewillig volgen. Hier is echt een kaap genomen, want we worden niet meer voortgetrokken door afleidingen en de bewegingen in onze geest. Die volgen ons nu en dus hebben we controle verkregen over onze geest.


De leiband en het vanzelf volgen van het bewustzijn

Wat je hier ook ziet gebeuren : in het begin liepen alle figuren los van elkaar, zowel het aapje als de olifant. Dan kwam de leiband aan de olifant. Nu zie je ook dat waar de beoefenaar voorop loopt, de leiband van de olifant licht gebogen hangt, die is niet langer meer strak gespannen. Dat wil zeggen dat het bewustzijn vanzelf volgt als de beoefenaar zegt: we gaan deze richting uit. De olifant volgt dus met gemak.


De figuren dichter bij elkaar

Het aapje heeft nu ook de staart van de olifant vast en het konijntje zit netjes op zijn rug. Ze zijn allen half wit geworden en ze zitten allemaal vrij dicht bij elkaar. Dat symboliseert dat de onrust voor de helft is afgenomen.


Grove en subtiele onrust

En als er wordt gesproken over de onrust, dan wordt er een onderscheid gemaakt tussen een ruwe of grove vorm van onrust en een subtiele vorm van onrust. Er worden dus 2 vormen van onrust onderscheiden. Op dat moment heb je de grove vorm van onrust definitief achter je gelaten; er blijft alleen nog maar een subtiele vorm van onrust over. En het feit dat ze allen half gekleurd zijn, symboliseert dit stadium, waarbij die grove onrust volledig uit je meditatie is verdwenen. Er is nog wel een beetje onrust, maar dat is heel subtiel geworden. En ook het konijn zit in de helft. Er is alleen nog maar een zeer subtiele vorm van loomheid die nog overblijft.


Het plezier in de beoefening

Op dat moment begint de meditatie dus echt goed te lopen. Dan heb je het gevoel van ‘ik kan mediteren, dat doet mij deugd aan, dat doet mij goed, het lukt heel goed’. Het verheugen in je beoefening gaat op dit moment echt omhoog; je gaat er blij om zijn dat het nu echt lukt.


Het mogelijke gevaar van tevredenheid

Tegelijkertijd, zegt Lama, en dat is de reden waarom er een boom naast getekend staat met een aapje in, kan dat ook een gevaar vormen. Het feit dat je dan zegt: ‘ah, nu lukt het, ik ben volledig tevreden’, kan ook een nadeel zijn.


Het plukken van de vruchten

Je denkt: ik pluk letterlijk de vruchten van mijn beoefening, dat is waar dat aapje voor staat : het plukt de vruchten uit de boom. Dus je haalt er dus bepaalde voordelen uit. Je bent geconcentreerder, je voelt je gelukkiger en nog allerlei zaken. Maar dan kan je in een soort gevaar terechtkomt om te denken van: ik pluk de vruchten van mijn beoefening, dit is voldoende, ik ben hier blij mee, ik ben tevreden, het lukt allemaal goed, en ça va. Dat is een gevaar, zegt Lama. Als je ervaart dat het goed gaat en je daar tevredenheid in vindt en denkt dat het voldoende is, zou je de neiging kunnen hebben om het daar dan effectief bij te gaan laten. En te denken : ik ben er. Ik heb het einde van het pad bereikt. Dus je moet op dat moment, ondanks dat je de vruchten kan plukken, dit ook zien als een soort afleiding of mogelijk obstakel, mocht je denken dat het hier stopt. Maar het pad loopt nog verder.


Verder blijven gaan op het pad

Lama zegt dat is één betekenis, dat er zich een afleiding presenteert. Maar tegelijkertijd moet je ook weten dat als je gewoon verder blijft beoefenen, ondanks dat je best tevreden mag zijn van de oefening en tevreden mag zijn van de resultaten die er zijn, dat je dan automatisch de andere stadia gaat doorlopen. Dus dat is ook wat je hier kan zien: als je het pad gewoon blijft volgen, dan zal de beoefening verder gaan. Het is niet dat je het pad af geraakt als je geniet, maar je moet dan gewoon beseffen dat het mogelijk een obstakel kan zijn.