Toewijding en verlichtingsgeest (bodhicitta)
Lama Tashi Nyima - 26 april 2025 - lezing 2
“In de Boeddha, de Dharma en de Sangha neem ik toevlucht tot de verlichting bereikt is. Moge ik door het beoefenen van de vrijgevigheid en andere deugden de boeddhastaat realiseren voor het welzijn van alle levende wezens.”
Opdracht van verdienste of toewijding:
“Moge ik door deze verdienste de alwetendheid verkrijgen en moge ik, na alle schadelijke vijanden te hebben overwonnen, alle levende wezens die door de geboorte, ouderdom, ziekte en dood mee geslingerd worden, verlossen uit de oceaan van het bestaan. Moge de kostbare geest van verlichting geboren worden waar het nog niet aanwezig is. En waar het reeds is ontstaan, moge het niet vergaan, maar steeds verder toenemen.”
Deze namiddag gaan we kijken naar wat we net gedaan hebben. We hebben het Toevluchtsgebed gereciteerd, het opwekken van de verlichtingsgeest of Bodhicitta en op het einde van de les heb je dan de ‘Opdracht van verdiensten of toewijding’. We zullen nu de tijd nemen om dit wat verder toe te lichten. Aansluitend gaan we dan de praktijk beoefenen en gaan we mediteren.
Toevlucht
We kunnen zeggen dat de ‘Toevlucht’ (“Kyamdro”) en de ‘Verlichtingsgeest’ (“Semkye”) de essentie van het boeddhistische pad samenvatten.
Als we naar de Dharma kijken of het onderricht dat de Boeddha ons gebracht heeft, dan is dat heel uitgebreid; het is ontzettend wijds. Soms wordt gezegd dat de Boeddha 84.000 verschillende leringen heeft onderwezen. Dan zijn er verschillende stappen mogelijk waarbij je dat kan terugbrengen naar een kleiner aantal door het samen te brengen of samen te vatten. Zo is er een onderverdeling in 21.000, een onderverdeling in 21, … of je kan zeggen: we delen het op in 3 groepjes en dan wordt daar naar verwezen als de “Tripitaka” (in het Sanskriet) of ‘de 3 mandjes’.
Het zijn letterlijk baskets of mandjes; en mandje = pitakka; dus de 3 mandjes van onderricht. Je hebt dus de Tripitaka’s met elk hun eigen onderwerp dat daar het zwaartegewicht in is; en in de kloosters en op vele instituten wordt vanuit die optiek ook de Dharma onderwezen.
Maar als je nu zou zeggen dat is mij nog altijd te veel, dan kan je die terugbrengen tot 1 zin, dat is ook mogelijk. En dan wordt er gezegd - als we het echt tot 1 essentie samenbrengen - in het Tibetaans “Sempa Sangpo”. Je kunt dat vertalen als ‘het goede hart’, of ‘een goede geest’, of ‘vriendelijkheid’; zoals de Dalai Lama soms zegt: “mijn religie is vriendelijkheid”.
Als we dan kijken naar dat goede hart, wat houdt dat juist in? Dat wil zeggen dat je er bent voor anderen, dat je het belang van anderen vooropstelt en zegt: wat kan ik doen voor die anderen om die te helpen? En dan wordt dat specifiek opgedeeld in 2 zinsdelen:
“Als je goed kunt doen voor iemand anders, doe dat dan ook. En is het niet mogelijk, zorg er dan minstens voor dat je de ander geen schade toebrengt, dus dat je de ander niet schaadt”.
Laten we naar dat tweede deel van die zin kijken, “als het niet mogelijk is om iemand anders te helpen of iets te doen voor zijn welzijn, ga hem dan minstens geen schade toebrengen”. Als we dat nader bekijken, dan kan je dit zelf ook vanuit jezelf bekijken, want jijzelf bent ook iemand.
Dus op het moment dat je iets slecht doet tegenover iemand anders, of je wekt een verstoorde emotie op, wie heeft daar dan hoofdzakelijk nadeel van? Ja, dat ben jij zelf. Dus door iemand anders te schaden, ga je daarmee uiteindelijk ook altijd jezelf in de problemen brengen. Je gaat er zelf het nadeel van ondervinden.
Dus als je dat meeneemt in je redenering, dan is, in die situatie, vriendelijk zijn en het positieve doen ook van belang. Want als je het positieve vooropstelt, het heilzame vooropstelt, het goed doen vooropstelt, gaat dat er ook voor zorgen dat je daar zelf het voordeel van ondervindt en een goed hart tot ontwikkeling gaat brengen.
Waarom is het dus belangrijk dat je niemand anders schade toebrengt? Dat wordt verklaard door het feit dat we allemaal onderling afhankelijk zijn van elkaar. Eender welke situatie die we gaan analyseren; wij zijn altijd allemaal met elkaar verbonden, altijd onderling afhankelijk. Dat is zelfs niet alleen tussen mensen, dat is evengoed tussen de mens en alle andere voelende wezen, zelfs het kleinste insectje. Dus ook daar is er een onderlinge afhankelijkheid.
Alles is dus met elkaar verbonden en als je vanuit die optiek naar de dingen kijkt dan voegt dit eraan toe dat het belangrijk is om effectief daar respect voor te hebben en anderen niet te gaan schaden.
Ons eigen geluk en ons eigen lijden is dus volledig afhankelijk van onze relatie ten opzichte van anderen. En in die zin, als ons eigen geluk afhankelijk is van onze relatie met anderen, dan werkt dat ook in de andere richting. Opnieuw, de redenering van als ik goed doe voor anderen, dan is dat in mijn richting, maar ook omgekeerd. Het is dus belangrijk dat we anderen niet schaden en het positieve doen.
Alles is verbonden door oorzaak en omstandigheden of condities. Dus stel dat het zo zou zijn dat je in de wereld kan leven, volledig onafhankelijk van iedereen, en dat je dus voor je eigen belang zou kunnen werken en dat dit totaal geen effect zou hebben op niemand anders, als dat mogelijk zou zijn, dan zouden we dat kunnen doen. Maar in de realiteit weet je dat, als je elke situatie die je in je leven tegenkomt gaat analyseren, wat je ook doet heel de dag lang, dat is allemaal verbonden met anderen. Alles is met elkaar verbonden, het is dus gewoon geen feit dat je volledig onafhankelijk op jezelf van al de anderen leeft en alleen maar voor je eigen belang kan leven. Nee, je bent wel degelijk afhankelijk van anderen en daarom is het ook belangrijk dat je rekening houdt met anderen.
Laten we dit met een voorbeeld illustreren. Vaak denken we: dit is mijn lichaam, dat is van mij alleen. Maar in realiteit zou dat lichaam er niet zijn als je ouders er niet voor gezorgd hadden dat je in de wereld was gekomen. Dus, de start van jouw lichaam is een oorzaak, dat zijn jouw ouders en jouw moeder die jou op de wereld heeft gezet en het lichaam heeft voorzien.
Daarna moest dat lichaam groter worden en groeien, je hebt dat moeten voeden. Alle voedsel dat je tot je neemt, daar heeft iemand voor gezorgd. Iemand heeft een veld beplant, iemand heeft dat verkocht, iemand heeft ervoor gewerkt om dat te betalen en zo verder. Dat is allemaal onderling afhankelijk.
Dan moest je naar school gaan, moest je dingen gaan studeren. Om te gaan studeren, moest er iemand ooit een school gebouwd hebben waar leerkrachten werk hebben gekregen, waar je dan kan naar school gaan. Iemand heeft al die kennis die de leerkrachten onderwezen in een boek gesteld, iemand heeft dat ooit bedacht. Alles is onderling afhankelijk met elkaar verbonden.
Dan ben je soms ziek geweest; het feit dat er een dokter was die geneeskunde heeft kunnen studeren, dat ooit iemand heeft gezorgd dat die boeken er waren om dat te kunnen studeren, die medicijnen onderzocht heeft, die medicijnen geproduceerd heeft; allemaal opnieuw in relatie, allemaal met elkaar verbonden Dat heeft ervoor gezorgd dat je lichaam er nu nog altijd is, dat als je ziekte had, je ervan kon genezen.
Dan heb je werk moeten zoeken om rond te komen in dit leven en heb je misschien op vrienden gesteund, dan zeg je: ik zoek werk, kan je mij helpen, weet je ergens een goede plek? Dan heb je werk gevonden, je doet daar nu dat werk, daar zijn collega's die je bijstaan elke dag, enzoverder.
In die zin zie je, als je al die situaties begint te analyseren, dat niettegenstaande we vaak denken ik heb dat allemaal zelf gedaan, we niks kunnen doen zonder alles wat anderen gedaan hebben. In die zin kunnen we terug tot de conclusie komen: het is in het belang van anderen, maar ook in het belang van jezelf, dat je vriendelijkheid ontwikkelt, dat je het goede hart ontwikkelt en het goede doet in het leven.
Jullie zullen waarschijnlijk allemaal het er mee eens zijn dat jullie finaal geen problemen willen ervaren in je leven, dat je het liefst zo goed mogelijk kan leven, op een goede manier, zonder al te veel problemen. Als je die situatie wilt hebben, dan moet je daar ook de condities voor mee helpen doen tot stand komen om effectief op een goeie manier door het leven te kunnen gaan.
En een belangrijke manier is door een goed hart te ontwikkelen, er te zijn voor anderen, want dat heeft een aantal heel duidelijke voordelen. Bijvoorbeeld, als jij altijd heel vriendelijk en behulpzaam bent dan is het een natuurlijk gevolg dat er heel veel mensen dat fijn gaan vinden en jou een fijne persoon gaan vinden. Als ze jou een fijne persoon vinden die vriendelijk is, behulpzaam is en betrouwbaar is, dan gaan ze ook vertrouwen in jou stellen en jou naar waarde beginnen te schatten en zeggen: dat is een goeie persoon, daar kan je op rekenen, ik vertrouw die persoon.
En het gevolg is, als jij dan eens hulp nodig hebt, dan gaan mensen ook meer geneigd zijn om er voor jou ook te zijn, zoals jij er bent voor hen. Dus finaal is de motivatie om er te zijn voor anderen, maar als resultaat ga je er zelf ook heel veel positieve effecten van ondervinden in je eigen leven.
