Als we het omgekeerde bekijken, waarbij je denkt van om ergens te geraken in mijn leven moet ik hier best zoveel mogelijk mensen bedriegen om er voordeel uit te halen; ik ga hier met de schouders door het leven en als het moet, dan geef ik een stomp naar hier, een stomp naar daar. En ruzie maken, dat kan ook al geen kwaad, want daar kan ik ook mijn voordeel mee halen. Dat kan een overtuiging zijn.
Maar het gevolg is dat er veel minder mensen jou een leuke persoon gaan vinden, veel minder mensen je gaan appreciëren en eerder gaan zeggen van: “die kunnen we beter vermijden want dat is een heethoofd, die wordt altijd direct kwaad, dat is een rare”. Dus dat gaat uiteindelijk in jouw eigen nadeel gaan werken.
Terwijl je denkt voordeel te halen uit het schaden van anderen, of het bedriegen van anderen, ben je finaal eigenlijk jezelf aan het bedriegen, je zelf aan het schaden. Want je gaat daar zelf heel veel negatieve gevolgen van ervaren en je gaat daar zelf het verlies van nemen.
Je moet dit in geen geval begrijpen als een religieus dogma, in de zin van: als ik slecht doe en ik bedrieg iemand, dan gaat de Boeddha ongelukkig zijn. Je mag het zeker zo niet interpreteren. Of als ik heel vriendelijk ben, dan gaat de Boeddha tevreden zijn en dan gaat die beter over mij waken of zoiets. Je mag het echt niet zo begrijpen.
Het is gewoon oorzaak en gevolg, gezond verstand. Als je goed doet, zal er goed volgen en als je slechte dingen doet, dan gaat dit slechte gevolgen hebben. Finaal, als je een gelukkig leven wil leiden, dan is het in je eigen belang, voor je eigen leven, om vriendelijkheid te ontwikkelen en te vermijden om slechte dingen te doen.
Is er een plek waar je naartoe zou gaan om te kunnen leven zonder afhankelijk te zijn van eender welk andere mens? Stel die vraag maar! Zo een plek bestaat niet: waar je ook leeft, hoe afgezonderd ook, finaal ben je altijd op één of andere manier afhankelijk van anderen. Altijd.
Misschien is er een plek, misschien kan je op de maan op je eentje gaan zitten. Dus stel, hypothetisch, dat het mogelijk zou zijn om alleen op de maan te gaan zitten, dan nog, de omstandigheden zijn daar zo dat er geen atmosfeer is; er is geen zuurstof om te ademen, dus je zal een pak nodig hebben dat daar tegen bestand is, je zal een voorraad zuurstof nodig hebben, maar wie gaat dan zorgen dat daar meer zuurstof geraakt als je onafhankelijk wil zijn van andere mensen?
We kunnen dus wel tot de conclusie komen dat we als mensen afhankelijk zijn van elkaar, dat we op elkaar aangewezen zijn en dus komen we terug tot die essentiële les van het boeddhisme, waarbij we zeggen van: “Als je er kan zijn voor anderen, als je iets kan doen voor het welzijn van anderen, doe dat dan ook. Is dat niet mogelijk? Doe dan niets dat hen lijden zal brengen, doe niets om hen te schaden”.
Ik heb dit alles uitgelegd omdat we hadden gezegd dat we zouden kijken naar Toevlucht en Bodhicitta. Als we het in het eerste gedeelte hebben over “In de Boeddha, de Dharma en de Sangha neem ik toevlucht tot de verlichting bereikt is”, dan kan je dat voor jezelf gelijk plaatsen met “doe anderen geen kwaad”.
En dan heb je het tweede deel “Moge ik door het beoefenen van de vrijgevigheid en de andere deugden de Boeddhastaat realiseren voor het welzijn van alle voelende wezens”. Dat is het andere deel van de zin: werk voor het welzijn van anderen, wanneer het kan.
Dat is natuurlijk heel kort samengevat, als we het tot die essentie terugleiden, zoals het er geschreven staat “In de Boeddha, de Dharma en de Sangha neem ik toevlucht tot de – verlichting bereikt is”. Dit wil letterlijk zeggen: je hebt de Boeddha, de Dharma en de Sangha en ik keer mij tot deze 3 juwelen, zoals die ook genoemd worden, tot het moment dat ik volledig de verlichting van het volmaakte boeddhaschap heb bereikt.
Als we dit bekijken neem je dus je toevlucht tot die 3 juwelen: de Boeddha, de Dharma en de Sangha.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten